SKVR
27-03-2015

Wilco Witte: ‘Van je hobby je werk maken’

Als afsluiting van LinC schreven de deelnemers van de eerste lichting een tekst over Leiderschap in Cultuur. Deze teksten verschijnen de komende tijd online. Vandaag de bijdrage van Wilco Witte, manager muziek bij SKVR, het grootste Centrum voor de Kunsten van Nederland.

De culturele sector zit in een impasse waar ze maar moeilijk uit lijkt te komen en kampt met een imagoprobleem. De gedachte dat de sector niets bijdraagt aan het algemeen belang en ondertussen handenvol geld verkwist, lijkt alomtegenwoordig. Forse bezuinigingen en een economische crisis maakten het perspectief voor culturele instellingen en makers er de laatste jaren niet veel beter op. Het lijkt wel alsof we (lees: de culturele sector) zelf zijn gaan geloven in het opgelegde imago. Of deden we dat stiekem altijd al?

Waarom leidde het aankondigen van de onevenredig grote bezuinigingen op de culturele sector in 2011 niet tot groot verzet en demonstraties uit de sector? Waarom was de sector niet in staat om een groot publiek aan zich te binden dat samen met en voor de sector de barricades op ging? Het antwoord op deze vragen ligt wellicht besloten in de sector zelf.

Wie zijn van cultuur?

Het overgrote deel van de beroepskrachten in de culturele sector heeft een kunstvakopleiding genoten. Een opleiding op HBO-niveau waarvan de algemene opvatting is dat met het afronden ervan geen enkele zekerheid bestaat wat betreft het verdienen van een boterham, laat staan dat je als afgestudeerde iets zou kunnen bijdragen aan het bruto nationaal product. Dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld bedrijfseconomische, commerciële of technische studierichtingen, de zogenoemde toegepaste studies. In mijn tijd waren dat de studierichtingen voor een gouden toekomst.

Ik werd daar dan ook veelvuldig op gewezen toen ik met mijn Atheneum B-diploma op zak naar het Conservatorium wilde. Mijn keuze was echter niet gebaseerd op economische zekerheid of op het bijdragen aan het nationaal product, maar op de liefde voor mijn grote passie muziek. Ik liet me niet weerhouden door alle tegenwerpingen van mijn medescholieren, docenten en goed bedoelende vrienden en koos met mijn hart.

De cultuur van de praktijk

Werkzaam zijn als professioneel kunstenaar, muzikant of theatermaker blijft voor de buitenwereld een ongrijpbaar gegeven. ‘Wat fijn dat je van je hobby je werk hebt kunnen maken!’ is de meest gehoorde reactie op jouw antwoord op de vraag wat je doet. De toon van deze boodschap is natuurlijk positief maar er klinkt ook iets anders in door. Een ondertoon, onbedoeld wellicht maar zeker aanwezig. De koppeling van ‘werk’ met ‘hobby’ impliceert dat de kunstenaar zelf ongetwijfeld veel plezier beleeft aan het beoefenen van zijn professie en van geluk mag spreken ervan te kunnen leven, maar dat het resultaat van zijn werk nauwelijks maatschappelijke of economische waarde heeft. Het zelfbeeld van de kunstenaar wordt er door deze ondertoon niet beter op. Het juk van nutteloosheid drukt vervolgens weer een tandje zwaarder op de kunstenaar en daarmee op de culturele sector als geheel.

Leiderschap in cultuur kenmerkt zich al jaren als volgzaam, flexibel en meegaand.

Leiderschap in cultuur

Het merendeel van de leiders en bestuurders in de culturele sector komt voort uit de sector zelf. Zij dragen de in de sector verworven waarden mee terwijl ze sleutelposities bekleden, vaak al geruime tijd want de arbeidsmobiliteit in de sector is laag. Er wordt weinig doorgestroomd, zeker naar het topsegment. Dit betekent weinig natuurlijke visievernieuwing door nieuw bloed. Leiderschap in cultuur kenmerkt zich dan ook al jaren als volgzaam, flexibel en meegaand.

De zelfredzaamheid van sector is altijd groot geweest. Kaders ingegeven door beleid van de nationale, regionale of lokale overheid, de grootste stakeholders van de sector, worden vindingrijk vertaald naar doelstellingen en activiteiten waarmee we weer een kunsten- of cultuurplan vooruit kunnen. Opgelegde bezuinigingsdoelstellingen worden behaald door te snijden in overhead, waarbij steevast gelijkblijvende output wordt beloofd. Organisaties opereren onder hoogspanning, veel individuele makers werken onder de armoedegrens. Nu de rek volledig uit de effectiviteitsvergroting is en er geen enkel vet meer op de botten van culturele instelling zit, hebben we niet langer genoeg aan meegaande volgzaamheid.

Een cultuuromslag

We hebben leiders nodig die zich terdege bewust zijn van de waarde die de sector – naast haar intrinsieke waarde – kan hebben voor de maatschappij, wetenschap, techniek en economie. Leiders die vanuit de kracht van cultuur verbindingen aan kunnen gaan en ook de sector zelf laten voelen dat ze er toe doet. Juist in deze tijd van teruglopende overheidssteun is dat belangrijk. Er gloren kansen aan de horizon. Kansen waarin we de toegevoegde waarde van de sector kunnen laten zien en exploiteren. Die kansen kunnen we niet laten liggen.

De westerse economie heeft zich sinds de industriële revolutie ontwikkeld van producerende naar dienstverlenende tot kenniseconomie. Momenteel zitten we in een transitiefase, we staan aan de vooravond van de creatieve economie. Technologische ontwikkelingen gaan razendsnel, er wordt in hoog tempo kennis vergaard. Tegelijkertijd worden maatschappelijke, sociale en wetenschappelijke problemen steeds complexer en lijken ze zich op te stapelen. Er is een groeiende behoefte aan mensen die bestaande kennis op een nieuwe manier kunnen inzetten en die vraagstukken vernieuwend kunnen benaderen. Dit vraagt om creativiteit op hoog niveau.

Het heft in eigen hand

Het is tijd dat de culturele sector het juk van nutteloosheid van zich af schudt. Het is tijd dat we ons beseffen dat we een onmisbaar ingrediënt in handen hebben voor de oplossing van de opstapelende complexe problemen waar onze vroegere goed bedoelende ‘raadgevers’ nu mee worstelen. Een ingrediënt dat straks ook economisch het verschil gaat maken. Dat ingrediënt heet creativiteit. De culturele sector grossiert er in en in de ontwikkeling ervan. Wanneer dat besef in de sector landt, kunnen wij als sector met opgeheven hoofd onze meerwaarde uitdragen, onze kansen verzilveren en ons opmaken voor een gouden toekomst.