29-03-2016

Op zoek naar verbinding. Interview met Minke Schat

Vorige week opende in Leiden het RembrandtLAB. Hedendaagse ontwerpers onderzoeken het pigment en kleurgebruik van Rembrandt en vertalen dat naar het heden, op nieuwe dragers als keramiek. Minke Schat, hoofd publiek bij Museum De Lakenhal en deelnemer aan LinC 2, is een van de drijvende krachten achter het initiatief. Het lab draagt onmiskenbaar haar signatuur: kunst, kennis en economie vallen er samen, er zijn uiteenlopende partners bij betrokken en het is publieksgericht. Minke ‘is’ verbinding, het modewoord dat momenteel in zoveel beleidsstukken, visies en ambities terugkomt – ze lacht als ik het haar voorhoud, maar kan zich er wel in vinden.

 

Welke verbindingen komen samen in het RembrandtLAB?

‘Het lab is een samenwerking van uiteenlopende partijen, van musea als De Lakenhal, het Rembrandthuis en het Rijksmuseum tot fondsen en Leiden Marketing. We delen de ambitie op creatieve en verrassende wijze het verhaal van Leiden als geboortestad van Rembrandt te vertellen en de link te leggen tussen Leiden en Amsterdam. Het lab zorgt voor nieuwe vertalingen van het 17e-eeuwse kleurgebruik van Rembrandt. Zo voegen we een hedendaagse vertaling toe aan de perspectieven die er al op Rembrandt zijn.

Maarten Kolk & Guus Kusters hebben zich als eerste ontwerpers in een jaarlijkse reeks van opdrachten verdiept in het 17e-eeuws kleurgebruik van Rembrandt. De resultaten van dit onderzoek zijn vertaald naar keramiek, dat eerst in Leiden, daarna in Museum Het Rembrandthuis en vervolgens op de Dutch Design Week en de Salone del Mobile in Milaan te zien zal zijn. In het lab kunnen bezoekers kennismaken met de resultaten van hun onderzoek – het is bijvoorbeeld fascinerend om te zien hoe rijk en puur het kleurgebruik van Rembrandt is. Doordat vrijwel alle kleur tegenwoordig industrieel wordt gefabriceerd, zijn wij gewend aan vrij vlakke standaardkleuren. Het werk van Rembrandt toont meer verdieping, laag op laag. Het lab illustreert hoe oude en nieuwe kunst elkaar kunnen verrijken.’

Het RembrandtLAB illustreert hoe oude en nieuwe kunst elkaar kunnen verrijken.

Minke lacht. ‘Natuurlijk is verbinding een modewoord. Maar het beschrijft wel hoe ik werk. Ik breng graag mensen, werelden of uitersten bij elkaar. De rode draad daarbij is inhoud en gedrevenheid. Gedreven mensen zijn in staat om iets nieuws tot stand te brengen. Zelf heb ik al mijn hele leven twee grote passies. Kunst – in de volle breedte – en muziek. Ik heb een kunstachtergrond en daarnaast veelal in de muziekindustrie gewerkt. Qua opleiding de kunstacademie gevolgd en daarna kunstgeschiedenis gestudeerd. Tegelijkertijd was ik erg actief in de festivalwereld. Schrijven, maken, organiseren, de verhouding tussen input en output, commercie: ik heb dat altijd erg interessant gevonden. Daar ben ik mee verder gegaan en inmiddels heb ik ook een marketing- en managementachtergrond.

 

RembrandtLAB

 

Nieuwe snijvlakken

‘De dingen die ik doe, daar zit een drive achter, langs de lijnen van de inhoud. Uiteindelijk gaat het erom een goed verhaal op een verrassende of aansprekende manier te vertellen. Dat kan in het theater, op festivals, maar ook in het museum. Het is te makkelijk om overal maar een ‘festival’ van te maken. De uitdaging is het zoeken naar nieuwe snijvlakken van diverse disciplines die je het publiek als bijzondere beleving kunt bieden.

‘Op de tentoonstelling Utopia 1900-1940, visies op een nieuwe wereld van Museum De Lakenhal zocht ik bijvoorbeeld samenwerking met het Leiden International Film Festival en de Leidse Schouwburg om een exclusieve vertoning van de film Aelita mogelijk te maken. Orgelvreten werd gevraagd een live score onder de ‘stomme’ film te componeren. Zij zorgden voor muzikale impressies en het publiek heeft 111 minuten ademloos naar een film uit 1924 gekeken. Toen ik bij het Groninger Museum werkte, organiseerde ik theatervoorstellingen rondom een expositie in het museum, waardoor diegenen die de tentoonstelling al bezocht hadden en die graag nog een keer op een totaal andere manier wilden beleven.’

‘In de muziekwereld bestaat het idee van cross-overs overigens al veel langer. Ik heb voor het concertgebouw gewerkt en ken de wereld van de popmuziek. Door die bij elkaar te brengen, ontstaan fantastische combinaties zoals CocoRosie en het Koninklijk Concertgebouworkest. Een ander voorbeeld: Museum De Lakenhal levert momenteel een bijdrage aan festival Into the Great Wide Open op Vlieland, dat de kunstprogrammering wil uitbouwen. Op het festival draait alles om de relatie tot het landschap – voor mij als noorderling overigens een cadeautje, ik hou van licht, water en horizon. We programmeerden in samenwerking met het festival een kunstsalon. Een museale talkshow waarin een kunstenaar geïnterviewd werd over zijn werk, muzikaal omlijst door artiesten van het festival. Nu zoeken we samen met het festival naar mogelijkheden om kunst blijvend op het eiland een plek te geven, niet uitsluitend tijdens het festival.’

ITGWO Lakenhal

Kunstsalon op Into the Great Wide Open

 

Kunst, kennis, economie

‘Wetenschap, kunst en economie elkaar kunnen versterken, daar geloof ik heilig in. Eeuwenlang lagen die disciplines dicht bij elkaar: verre reizen hadden een economisch doel, leverden nieuwe kennis op en waren voor kunstenaars een inspiratiebron. Het fascinerende van het huidige tijdperk is dat het weer naar elkaar toe beweegt. Technologische ontwikkelingen zoals de 3d-printer, de robotica of in de medische wereld beïnvloeden ook de kunsten. Het werk van Joris Laarman is daar een goed voorbeeld van. Fascinerend werk op het snijvlak van ontwerp, kunst en wetenschap. 

Ik geloof er heilig in dat wetenschap, kunst en economie elkaar kunnen versterken.

‘Het is interessant om je af te vragen: hoe keken we hier in het verleden naar? Dat is een van de vragen die aan de orde komt op de Nacht van Kunst en Kennis, waarvan ik mede-initiator ben. De verbinding tussen kunst, kennis en economie komt in dit festival goed naar voren. We spreken hier bijvoorbeeld bewust over kennis en niet over wetenschap, zodat kennisinstellingen breed kunnen aanhaken. Kennis suggereert ook dat er uitwisseling mogelijk is. Zo lukt het om met uiteenlopende partijen partnerschappen aan te gaan. Leidend daarbij is uiteraard de inhoud. Erg bijzonder was bijvoorbeeld de dialoog tussen Daan Roosegaarde en Vincent Icke in 2014 over licht. Zij lieten daarbij voorbeelden zien in een VJ-setting. Ze kenden elkaar nog niet persoonlijk en dat leverde een unieke presentatie en een fantastisch schouwspel op. Het is geweldig om dat soort verbindingen tot stand te brengen.

 

Minke diploma

 

Wie is verantwoordelijk voor verbinding?

‘Niet alles werkt natuurlijk, niet iedereen is te matchen. Er moet een meerwaarde zijn en het verhaal moet kloppen. Dat is een kwestie van intuïtie en ervaring. Ik heb eigenlijk geen grote mislukkingen meegemaakt, wel dat sommige ideeën niet van de grond kwamen. Dat is ook niet erg. Het idee van mijn werkwijze is dat ik initieer, maar dat ik niet per se eigenaar ben. Vaak breng ik simpelweg mensen bij elkaar om te kijken wat mogelijk is. Dan moet er iets groeien. Lukt dat niet, en het wordt het niet gedragen, dan trek ik niet alles uit de kast om het alsnog te laten werken. Dat doe ik alleen als ik er echt zelf in geloof.

Vernieuwing in de cultuursector betekent voor mij het samenbrengen van verrassende of unieke disciplines en sectoren.

‘Daar zie ik wel een vergelijking met LinC. Het programma – ik heb het nooit als een opleiding ervaren – iswat mij betreft een plek waar zaadjes geplant worden, waar nieuwe verbindingen ontstaan. Waar gelijkgestemden elkaar vinden om samen nieuwe verbindingen te leggen of samen nieuwe initiatieven of onderzoeken in de cultuursector te starten. Of LinC concrete nieuwe verbindingen heeft opgeleverd? Het was sowieso inspirerend om in contact te komen met heel andere mensen of juist gelijkgestemden, om met hen te sparren, te discussiëren en nieuwe plannen mee te ontwikkelen. Ik geloof erg in de kracht van samenwerking en kruisbestuiving, een deel van de waarde van LinC ligt in het netwerk. Persoonlijk heb ik LinC als een verrijking ervaren en waren enkele specifieke onderdelen voor mij van grote meerwaarde, zoals het coachingstraject en specifieke labs rond leiderschap.

‘Vernieuwing in de cultuursector betekent voor mij het samenbrengen van verrassende of unieke disciplines en sectoren. Mijn ambitie is een zo groot mogelijk publiek te bedienen én commercieel ondernemend te zijn door continu nieuwe verbindingen en partnerschappen op te zoeken, zoals de ‘gouden driehoek’ cultuur, wetenschap en economie. Daarbij kan LinC een belangrijke rol spelen.’

 

tekst: Pepijn Reeser