01-04-2016

Ondernemen is een kunst?

‘Schrijf een artikel waarin je ingaat op Leiderschap in Cultuur’. Met die opdracht ging de tweede lichting van leerprogramma Leiderschap in Cultuur aan de slag. Lees nu de bijdrage van Nico Voskamp over het stimuleren van cultureel ondernemerschap:

Proloog

Er was eens een land waar je als kunstenaar fijn kon gedijen. Het “kunstklimaat” was behoorlijk goed te noemen, zeker in vergelijking met het buitenland. Er waren subsidies, stipendia, een laag BTW-tarief, kick­ass kunstvakopleidingen en semi­-overheidsbedrijven die investeerden in kunst en cultuur. Dat land was Nederland.

Inmiddels is het allemaal een beetje anders. De politiek en de “gewone man” (wie dat dan ook moge zijn) zijn wel klaar met de “subsidieslurpers”. De kunstenaar moet ondernemen! Los van dat subsidie-infuus en marktgericht gaan denken.

Een slechte ontwikkeling? Misschien. Misschien niet. Vast staat in ieder geval dat de kunstscheppende mens niet meer ontkomt aan een gezonde portie zakelijk inzicht. Hoewel dit wellicht op gespannen voet staat met de autonomiteit van de kunstenaar (discussie!) is het een realiteit. Een realiteit waar je maar beter (deels) in mee kunt gaan. En ook een realiteit waar de nog bestaande subsidiekanalen, culturele instellingen en zeker ook de kunstopleidingen energie in moeten steken.

De manier waarop toekomstige kunstenaars worden gestimuleerd om ondernemerschap te incorporeren binnen de uitvoering van hun werk, is vaak ronduit amateuristisch.

Deze energie zit nog lang niet op het benodigde niveau. De manier waarop toekomstige kunstenaars nu worden gestimuleerd om ondernemerschap te incorporeren binnen de uitvoering van hun werk, is in zeer veel gevallen ronduit amateuristisch. Waarom? Waarschijnlijk heeft dit te maken met gewenning aan de nieuwe realiteit. Verandering kost immers tijd. Een kleine schets:

 

I.

Je bent aangenomen op de kunstacademie. Uit meer dan 1000 aanmeldingen ben jíj uitverkoren om je vier jaar lang bezig te houden met datgene waar je de afgelopen jaren alle vrije tijd in hebt gestoken. Je stort je helemaal op de opleiding. Schilderen, muziek maken, dansen, ontwerpen, acteren. Je bent er dag en nacht mee bezig.

Je wilt heel goed worden in jouw kunst. Je wilt er je leven van maken en ja, er ook je brood mee verdienen. Je komt er al snel achter dat je dan ook écht wat moet doen aan zelfpromotie. Je moet mensen leren kennen én die mensen moeten van jou horen waar je goed in bent. Ook zou het zomaar kunnen dat je te maken krijgt met termen als de VAR, aftrekbaarheid, inkomstenbelasting en, wie weet, een businessmodel. Aan de inkomstenkant kan je terecht bij fondsen, crowdfunding en speciale regelingen. Hoe je je daarvoor aanmeldt? Geen idee.

Op je opleiding wordt je bij dit alles gelukkig geholpen. Althans. Op het programma staat een vak genaamd ‘Cultureel Ondernemerschap’. Heel handig! Hier krijg je de informatie die je nodig hebt om jouw kunst aan de man te brengen. Toch?

 

II.

Vroeger werkte je bij een instelling die onderdeel uitmaakte van de provincie. Nu niet meer (klote reorganisatie!). Nu ben je ZZP’er. Eigen baas. Vandaag is een bijzondere dag. Je hebt er zin in. Jouw AutoRai, jouw IBC: het jaarlijkse Cultuur in Beeld. Je hebt de hele dag de tijd en bent er bij vanaf de opening (zou de minister er zijn?) tot de afsluitende borrel (hoeveel muntjes zouden ze dit jaar geven?). Je hebt extra je best gedaan op je outfit. Een ‘kekke’ bril, ‘spannende’ broche en een vest van de vintage boutique. Ze zullen niet denken dat jij een grijze muis bent hoor!

Op naar de ontvangstbalie. Gelukkig! Je badge ligt klaar. De naam van je bedrijfje is dit jaar gelukkig wél goed gespeld. Vorig jaar heb je goed laten weten dat hoofdlettergebruik en spatiëring van groot belang is bij je merknaam. En dat procentteken (%), ja dat hoort er echt in. Ze hebben er wat van opgestoken. Zo zie je maar. De roll­up-banner laat je achter in de garderobe. Je hebt hem wel mee want je weet immers nooit. En waar zijn je visitekaartjes nou? Ah daar. Vijftig moet voldoende zijn. Toch?

Je hebt lang getwijfeld. Cultuurvlinder, cultuurcoach, kunstmanager, cultuurmakelaar, cultural entrepeneur. Hoe moest je jezelf nou noemen? Je hebt uiteindelijk maar gekozen voor adviseur en coach. Zo houd je het breed. En breed dat ben je. Nee, niet in omvang, maar in vaardigheden. Subsidieaanvragen, marketingvraagstukken, alternatieve financiering, een businessplan of communicatiestrategie. Je draait er je hand niet voor om hoor. Eigenlijk ben je een alleskunner. Een culturele duizendpoot. Je denkt dat het komt omdat je de sector begrijpt. Je ligt op één lijn met de kunstenaar en kan bijzonder goed met hem of haar schakelen, lekker sparren. Je wilt de sector zo graag verder helpen. Ze boffen toch maar met je.

Maar vandaag draait om jou. De schoorsteen moet natuurlijk ook roken, dat begrijpt iedereen. Je bent eigenlijk voornamelijk bij de OCW-goed­nieuwsshow om te netwerken. De vraag is nu natuurlijk nog: met wie?

 

III.

Het programma is bijna rond. De academie waar je al een behoorlijke tijd voor werkt staat goed aangeschreven en over nieuwe studenten hebben jullie niet te klagen. Ook dit jaar is weer bijna 80% niet door de selectie heen gekomen. Je bent erg benieuwd naar de eerstejaars. De inhoud is eigenlijk nooit een probleem. Genoeg goede docenten die de studenten opleiden tot veelzijdige en eigentijdse kunstenaars.

Waar je wel altijd wat moeite mee hebt zijn de ondersteunende modules. Leren en overdracht bijvoorbeeld, en kunstgeschiedenis. Het grootste probleem ligt hem echter bij het verplichte onderwijs in ‘cultureel ondernemerschap’. Je vindt misschien wel dat de studenten zich tijdens de opleiding eigenlijk uitsluitend bezig moeten houden met het ontwikkelen van hun kunst. Lessen over belastingaangiftes en VAR-verklaringen leiden eigenlijk alleen maar af. Je was afgelopen keer toevallig op Cultuur in Beeld. Daar ontmoette je iemand, iets met advies en coaching in de cultuur. Oh! Je hebt zelfs het kaartje nog. Misschien kan die persoon de lessen wel verzorgen. Zo ingewikkeld is het nou ook weer niet…

Kunstenaars willen best ondernemen, graag zelfs.

Epiloog

“Cultureel Ondernemerschap”. De term doet vermoeden dat het ondernemerschap in de culturele sector, voor zover we kunnen spreken van een afgebakende sector, iets bijzonders is. Een kunstenaar die kan leven van zijn of haar kunst noemen we niet gewoon ondernemer maar cultureel ondernemer. Het zij zo.

Door deze speciale status is het onderwijs in ondernemerschap voor kunstenaars ook vaak op z’n zachts gezegd bijzonder. Het wordt gedoceerd door gastsprekers die zelf nog nooit een écht succesvolle onderneming hebben opgezet. Theorie en modellen worden gebruikt ter legitimatie van de lesstof. Ik denk dat kunstenaars daar niet op zitten te wachten. Er moet worden gezocht naar de overeenkomsten tussen het zakelijke en de kunst.

Een succesvol ondernemer heeft pit. Zakelijk charisma, passie, doorzettingsvermogen. Dingen waar je je als kunstenaar mee kan identificeren. Je herkent het namelijk. De passie (vreselijk woord hè, passie) voor een onderwerp. Of dat nou loodgieten, auto’s verkopen of toneelspelen is. Dat maakt niet uit. De passie is hetzelfde. Goede docenten aan kunstacademies, die bezitten die passie. Dit laten ze zien door hun leven buiten de academie, hun CV of simpelweg door hun manier van lesgeven en inzet. Waarom wordt er dan niet voor gekozen om iemand met eenzelfde uitstraling de kunststudenten het belang van ondernemerschap voor hun carrière te laten inzien?

Kunstenaars willen best ondernemen, graag zelfs. Ze moeten alleen wel de meerwaarde zien van dit ondernemerschap richting kunst. De passie die ze hebben voor hun werk kan zo ook in de zakelijke aspecten van dit werk doorsijpelen. Waarschijnlijk leidt het zelfs tot betere kunst.

Hoe kunnen we ervoor zorgen dat we de noodzaak voor ondernemen aan de man brengen op de academies? Er is een omslag in het denken nodig. Cultureel ondernemerschap, en wat mij betreft mag ‘cultureel’ eraf, moet een veel prominentere en evidentere plaats krijgen in het curriculum van de opleidingen. Hierbij zijn de rolmodellen het allerbelangrijkst. Kunstenaars die floreren als succesvol ondernemer. Docenten ondernemerschap met passie, vaardigheden en een CV dat respect afdwingt.