31013751806_8d2060c2c7_k
30-05-2017

Hoe bereikt de cultuursector Generatie Z?

In de rubriek “Think LinC” publiceren we iedere week een inzichtelijk opiniestuk van een deelnemer van LinC 3. Deze week is de beurt aan Linda Mol, Hoofd Presentatie van het Scheepvaartmuseum in Amsterdam.

Wat moet je doen om als museum, theater, dansgezelschap of orkest in de smaak te vallen bij jonge generaties? Navraag bij mijn eigen pubers -15 en 17 jaar – leert dat dat geen eenvoudige opgave is. Hoewel zij beiden cultuur met de paplepel ingegoten kregen, is hun oordeel keihard; kunst en cultuur is saai. Met uitzondering van hun eigen jongerencultuur van muziek, grote (dance)festivals en (online) films.

Dat saaie imago van cultuurbezoek heeft er zeker mee te maken dat tieners het associëren met een verplicht uitje in groepsverband met school of opleiding, . In het verleden zouden sommigen zich na hun studie ‘bekeerd’ hebben tot de klassieke kunst en Cultuur, maar alles wijst er op dat dat niet meer gebeurt. Dat geldt niet alleen voor de huidige tieners van de zogenoemde generatie Z, maar ook voor de twintigers en begin dertigers van de zogenoemde generatie Y, ofwel millennials.

In recente artikelen en lezingen constateerde Melle Daamen, voormalig directeur van de Stadsschouwburg Amsterdam, dat de jonge multiculturele elite van Amsterdam de weg naar zijn theater niet kan vinden. Deze doelgroep herkent zich niet in het overwegend ‘witte aanbod’. Daarnaast voldoet klassiek theaterbezoek niet aan de op beleving gerichte, collectieve ervaring waarnaar jonge generaties op zoek zijn. Door deze ‘festivalisering’ is het gezelschap waarmee een activiteit ondernomen wordt vaak belangrijker dan wat men gaat doen.

De barbaren
Dit ‘feest-imago’ waar oudere generaties zich vaak zorgen om maken kent ook een andere kant; veel jongeren zijn wel degelijk betrokken bij de (politieke) situatie in de wereld. En ze hebben daar ook een mening over, hoewel ze geen journaal meer kijken of krant lezen. Zij behoren zonder twijfel tot de ‘barbaren’ zoals die een aantal jaren geleden zo treffend door Alessandro Baricco zijn beschreven: op zoek naar zo veel mogelijk ervaringen vergaren zij, al surfend op internet, een oppervlakkige kennis van veel zaken. Er is bij hen geen enkele behoefte aan het oude romantische idee van studie, verdieping en verstilling. In discussies bij mij thuis aan de keukentafel wordt dat meer dan eens duidelijk.

Naast cultuurfilosofen en schrijvers als Baricco hebben marketeers en journalisten zich verder verdiept in die jongere generaties. Wat lees ik over de kenmerken van generatie Z? Als digital natives zijn ze gewend aan een eindeloze stroom van informatie en voortdurende dialoog. Ze zijn in staat om op vijf schermen tegelijk te multitasken en hebben een concentratiespan van niet meer dan acht seconden. Op jacht naar hun droombaan ligt de burn-out op de loer, zeker als ze minder succesvol zijn dan generatiegenoten die hun succesverhalen breed etaleren op social media.

Gezondheidseffecten
Is het erg als veel culturele instellingen zouden verdwijnen? Waarom ligt er zo’n nadruk op het belang van kunst en cultuur voor jongeren? Onderzoek heeft aangetoond dat door deelname aan kunst en cultuur jongeren hun creatieve talenten ontwikkelen. Zo verruimen en verrijken ze hun denkkaders. Voor onze kenniseconomie is dat uiteraard van grote waarde. Maar het gaat om meer dan alleen economische waarde; studies in binnen- en buitenland laten zien dat kunst- en cultuurparticipatie andere positieve effecten heeft voor jong en oud. Zo bevordert het sociale cohesie, is het goed voor gezondheid en welzijn èn zorgt het voor empowerment van het individu en de gemeenschap.

Naar mijn idee is er hoe dan ook geen enkele reden voor cultuurpessimisme. Anders betekent niet per se slechter. En het feit dat de oude Grieken zich al zorgen maakten om hun jongere generaties, zou ook ons moeten aanzetten tot het nodige relativeren. Zelf werkzaam in de museumwereld zie ik interessante ontwikkelingen binnen de hele culturele sector. Het belangrijkste is om jongeren zelf te betrekken en hen serieus te nemen.

Initiatieven van cultuurinstellingen
Als hoofd presentatie van Het Scheepvaartmuseum heb ik in de afgelopen jaren met een multidisciplinair team een aanbod van doelgroepgerichte familietentoonstellingen en familie- en onderwijsactiviteiten ontwikkeld. In 2015 trokken we hiermee ruim de helft van onze 300.000 bezoekers die ons gemiddeld een 8 gaven. Een indicatie dat we het maritieme verleden van Nederland en de betekenis van dat verleden voor het heden ook voor jongere generaties.relevant weten te maken

Binnen de museumwereld zijn meer interessante initiatieven, zoals de Blikopeners van het Stedelijk Museum in Amsterdam die rondleidingen geven en het museum adviseren. Daarnaast is er het opvallende programma ‘MAS in Jonge Handen’ bij het Museum aan de Stroom in Antwerpen. Bij de Vlaamse collega’s is er een tiental jongeren die echt ‘in de driver’s seat worden gezet’. Ze hebben toegang tot de museumcollectie, maken zelf presentaties, lanceerden vorig jaar een museum-app, zijn actief op social media als Facebook en Snapchat, en organiseren een paar keer per jaar feesten in het museum.

Wat goed is aan de genoemde initiatieven is dat er een combinatie wordt gemaakt tussen inhoud, sfeer en ontmoeting – precies dat wat voor de jonge generaties belangrijk is en hen en masse naar festivals doet gaan. Die festivalisering is volgens mij niet iets negatiefs. Als instelling kun je door de goede sfeer en collectieve ervaring neer te zetten jongeren verleiden om bij je langs te komen, zoals bij het MAS, bij de Museumnacht in Amsterdam, bij het fotofestival Unseen of het vernieuwende Opera Forward Festival. Ook het Van Gogh Museum dat in het kader van het Amsterdam Dance Event 2016 een multimediatour Embracing Vincent in samenwerking met dj Armin van Buuren lanceerde, is een goed voorbeeld.

Wat betekenen deze ontwikkelingen voor degenen die aan het roer staan van de culturele instellingen? Als leider in cultuur is het belangrijk om daadwerkelijk open te staan voor innovatie en vernieuwing; durf het experiment aan te gaan! Doe dat vanuit een heldere visie en blijf trouw aan de waarden waar jij als instelling voor staat. Daarnaast is het cruciaal om samenwerking te zoeken met andere culturele instellingen om zo gezamenlijk en kunstdiscipline overschrijdend jongeren een podium te bieden. Dat vraagt om een dienstbaar soort leiderschap, waarbij het niet gaat om grote (directeurs)ego’s maar om daadwerkelijk te luisteren, naar elkaar én de jonge generaties. De nieuwe interpretaties die daaruit voortkomen zijn interessant en relevant, voor jong én oud, inclusief mijn twee pubers.