Jan
20-07-2017

Jan Brands: ‘In de cultuursector zijn twee tegenovergestelde stromingen’

Wat is de waarde van LinC? In de rubriek ‘Hoe gaat het nu met?’ praten we bij met een oud-deelnemer over wat meedoen aan LinC je oplevert. Deze keer is de beurt aan Jan Brands, directeur van Cultuurconnectie.

Wie ben je en waar zouden we je van kunnen kennen?
“Ik ben Jan Brands, directeur van Cultuurconnectie, de brancheorganisatie voor cultuureducatie, amateurkunst en volksuniversiteitswerk. Je kunt me tegengekomen zijn bij tal van organisaties of overleggen, zoals de Federatie Werkgeversverenigingen in de Cultuur (FC), de Regiegroep Opleidingen Amateurmuziek (ROA), het Strategisch beraad kunstonderwijs, de adviesgroep Cultuurindex Nederland of de European Music School Union. Verder zijn de geïnteresseerden in de culturele arbeidsmarkt, wellicht op de hoogte van het vervolgadvies Arbeidsmarktverkenning Culturele en Creatieve Sector “Passie gewaardeerd”, van de SER en Raad voor Cultuur, waar ik het voorrecht had om in de commissie te zitten. Of kennen ze het initiatief “ Arbeidsmarktagenda”, van Kunsten ’92, waar ik in de werkgroep zit. Je kunt me buiten kantooruren ook kennen als voorzitter van de Cultuurraad in Hilversum, of als bestuurder van Care&Culture, dat projecten op het snijvlak van ouderenzorg en cultuur initieert of als bestuurslid van de landelijke promotiecampagne Iktoon, Kunst van iedereen.”

Waarom deed je mee met LinC?
“Allereerst heb ik me aangemeld vanuit het oogpunt van mijn eigen persoonlijke ontwikkeling. Ik realiseerde me verder dat Leiderschap in Cultuur een uitermate geschikt instrument zou kunnen zijn om het “debat” over kunst en cultuur te verbreden, met name naar buiten de eigen kunst- en cultuurkring. En met de eerste lichting het netwerk van deelnemers en ambassadeurs fors uit te breiden en verbinding te leggen met andere domeinen zoals de economie of welzijn en hierin ook te vernieuwen. Om samen op zoek te gaan naar oplossingen voor een dynamische, vitale, ondernemende, relevante en zelfverzekerde sector. Een sector waarin en waaruit kennis wordt opgedaan en uitgewisseld, waarin samenwerking gezocht en gevonden wordt en waar verbinding ontstaat.”

Hoe heeft LinC je carrière en/of leiderschapskwaliteiten veranderd?
“Het paste erg goed in de fase in mijn carrière om eens stil te staan, heel goed na te denken, de balans op te maken, samen met anderen in dit proces te zitten en handvatten en inspiratie te krijgen voor het vervolg. Wanneer komt zo’n kans voorbij? Ik heb veel gehad aan het morele aspect van leiderschap dat bijvoorbeeld bij Hilary Carty aan de orde kwam. Maar ook het onderlinge contact en de uitwisseling tussen de (grote diversiteit) deelnemers is zeer waardevol gebleken. We hebben tot op de dag van vandaag nog regelmatig contact met elkaar.”

Welk moment is je het meeste bijgebleven?
“Ik denk nog wel eens terug aan het gesprek met de socioloog Abram de Swaan die zijn inzichten in de samenhang tussen sociale achtergrond en smaak met ons deelde. Een gesprek over het onderscheid tussen ‘hoge’ en lage’ kunst en smaakontwikkeling. Hoewel ik het niet volstrekt met hem eens was, gaf hij toch veel stof tot nadenken. En dat op zich was al de moeite waard! Tijdens dit eerste Lab werd ook maar weer eens zonneklaar dat er bij de deelnemers van LinC twee grote stromingen aanwezig waren. Ik noem ze voor het gemak de ‘autonomen’ en de ‘toegepasten’. Natuurlijk is dit een veel te platte karakterisering en veel te zwart-wit gesteld, maar het was helaas wel een realiteit dat veel van onze tijd ‘opging’ aan de discussie tussen degene die stonden voor ‘de kunst om de kunst’,  ‘de autonomie van de kunstenaar’ en ‘de verheffing van het volk ’ versus degenen die van mening waren dat kunst en cultuur ‘helpt bij het realiseren van andere doelstellingen’, dat er niks mis mee is om ‘volle zalen te trekken’ en ‘de eigen broek op te houden’. Waarbij mijn conclusie is dat de groepen en overtuigingen niet echt tot elkaar gekomen zijn en dat dit een gegeven is waar de sector waarschijnlijk nooit in zal veranderen. En misschien is dat maar goed ook.”