BB (1)
15-09-2017

Een arena van interactie: het festival als hulpmiddel van sociaal kapitaal

Is de rol van festivals als hulpmiddel van sociaal kapitaal nu goed of slecht? Oud LinC-deelnemer Miriam van Ommeren geeft in dit artikel haar perspectief op de status van culturele festivals in Nederland. 

Groningen, vrijdag 4 maart 2016: een groep vriendinnen wordt door charmante ‘obers’ langs een aantal locaties in het Groningse Ebbingekwartier geleid, om daar het werk van beginnende theatermakers te zien.

Lichtenvoorde, zaterdag 23 juli 2016: een vader en zijn twee zoons kijken met lauw bier in de hand naar scheurende motoren, om vervolgens (met nog meer lauw bier) te headbangen bij rockbands Peter Pan Speedrock en The Darkness.

Apeldoorn, zaterdag 15 oktober 2016: terwijl kinderen in het ‘Limolab’ hun eigen mierzoete drankjes brouwen luisteren hun ouders naar bluegrass bands en singer-songwriters.

Zomaar drie Nederlandse culturele festivals die in 2016 plaatsvonden. Theatertapas is een sympathiek klein theaterfestival in Groningen, gerund door vrijwilligers, dat in 2016 haar eerste lustrum vierde. Zwarte Cross, dat al 20 jaar bestaat, is het grootste familiefestival van Nederland; een motorcrosswedstrijd met uitgebreid programma met o.a. muziek en theater, dat ruim 200.000 betalende bezoekers trekt. En Roots in the Woods is een relatief nieuw ‘herfstfestival’ dat voor een groot deel op de Veluwe plaatsvindt.

Deze drie festivals hebben inhoudelijk niets met elkaar gemeen en delen waarschijnlijk ook geen bezoekers, maar maken samen met ruim 830 andere festivals deel uit van het snel groeiende festivallandschap in Nederland (alleen al in de laatste twee jaar was er een toename van bijna 10%). Deze groeiende populariteit zal niemand binnen en buiten de cultuursector ontgaan zijn: festivalbezoek bereikte in 2015 het recordaantal van ruim 23 miljoen.

Ondanks dat festivals een steeds grotere plaats beginnen in te nemen in het culturele leven én het veld, zijn de onderzoeken naar de betekenis en waarde van festivals echter jong en nog niet talrijk. En dat is jammer, want naast een geliefde vrijetijdsbesteding – of zelfs tijdelijke ‘escape from reality’ -, kunnen festivals ook beschouwd worden als een steeds belangrijker wordend onderdeel van de moderne, hybride, samenleving. Blijkbaar stillen festivals niet alleen een culturele honger, maar voorzien ze ook in een groeiende sociale behoefte; een interessante ontwikkeling.

Sociaal kapitaal
In 2000 publiceerde de Amerikaanse socioloog Robert D. Putnam (1941) zijn inmiddels beroemde boek Bowling Alone: The Collapse and Revival of American Community, waarin hij stelde dat sociale binding tussen mensen en de vorming van gemeenschappen sinds de jaren 50 ernstig in het gedrang was geraakt door de toenemende individualisering. Kerkgemeenschappen, buurtverenigingen en de fameuze bowling leagues waarnaar in de titel verwezen wordt, verdwenen volgens Putnam in rap tempo doordat nieuwe generaties steeds minder bereid en/of in staat waren zich te committeren aan de ‘verplichtingen’ van de gemeenschap.

Putnam gaf met zijn boek een nieuwe impuls, en grotere bekendheid, aan de theorie van sociale cohesie en ‘sociaal kapitaal’, waarvan de oorsprong ligt bij de Franse socioloog Émile Durkheim (1858-1917). De term sociaal kapitaal verwijst naar ‘het geheel van uiteenlopende, aanwezige (hulp)middelen dat bijdraagt aan de vorming van gezin en gemeenschap’, zoals gedeelde normen en waarden, lidmaatschap van verenigingen en organisaties of actieve inzet van burgers voor de gemeenschap.

De ontwikkeling die Putnam schetste is uiteraard niet enkel van toepassing op de Verenigde Staten. Het afkalven van ‘de gemeenschap’ door toenemende individualisering en een snelle afname van gemeenschapsactiviteiten wordt ook in Nederland, sinds de ontzuiling die in de jaren 60 inzette, gesignaleerd. Zelfs sportverenigingen hebben de laatste jaren te maken met lichte dalingen van ledenaantallen.

Festivals lijken echter de grote uitzondering op deze afname van groepsactiviteiten te vormen, getuige de spectaculair te noemen stijging van het aantal, de enorme diversiteit in het aanbod en de hoeveelheid bezoekers die festivals trekken. Het festival krijgt zo de rol van onverwacht, maar niet onwaarschijnlijk, hulpmiddel van sociaal kapitaal; niet ingegeven door gebruikelijke sociaaleconomische factoren als afkomst en religie, maar gestimuleerd door smaak, culturele nieuwsgierigheid en niet zelden escapism.

Community building
Een festival is natuurlijk niet hetzelfde als een bowlingclub of een kerkgemeenschap, maar het is bijna onmogelijk om in de toenemende ‘festivalisering’ niet een nieuwe vorm van community building te zien. Gemotiveerd door de menselijke behoefte aan verbondenheid, zonder het ‘dwingende’ karakter van een zangkoor in 1953. Hoewel de combinatie van het gevoel van vrijheid en ongebondenheid dat een festival bij veel bezoekers oproept, en de nieuwe, informele gemeenschap die het tot stand brengt, tegenstrijdig lijkt, slaat deze wel aan. Student in Nijmegen of advocaat in Rotterdam: met een roze/geel/blauw/zwart polsbandje om maak je nu voor korte tijd allemaal deel uit van dezelfde community.

Namen en slogans versterken het idee van de tijdelijke community. Festivalnamen als ‘Mysteryland’ en ‘A Campingflight to Lowlands Paradise’ en iets minder letterlijk, ‘Into the Great Wide Open’, wekken de indruk bezoekers tijdelijk welkom te heten in een andere realiteit. Met de naam ‘Best Kept Secret’ heeft de bezoeker het gevoel een exclusief feestje voor de lucky few te betreden, terwijl ‘Down the Rabbit Hole’ een psychedelische ervaring lijkt te bieden; in werkelijkheid vindt dit festival gewoon plaats in een keurig vakantiepark.

Al deze tijdelijke communities worden steeds completer, met theater- en kinderprogramma’s, festivalcampings en foodtrucks, waardoor zij steeds meer mensen kunnen bedienen. ‘Beleving’ is hierbij het modewoord: de ervaring moet zo volledig mogelijk zijn. Individuele festivalbezoekers worden binnen die community in hun identiteit bevestigd door uiteenlopende factoren. In de ‘arena van interactie’ vereenzelvigt de festivalbezoeker zich vaak sterk met het thema en de activiteiten van het festival en de storytelling rondom het festival, dat door groeiend gebruik van social media versterkt en verspreid wordt en extra bijdraagt aan de beleving.

De positie van culturele festivals
Dat (culturele) festivals in een tijd van toenemende individualisering op hun manier kunnen voorzien in een sociale behoefte en bijdragen aan identiteitsvorming zijn mooie en welkome neveneffecten, maar mogen mijns inziens nooit de hoofdtaak worden. De inhoud van cultuur, in welke vorm dan ook, dient voorop te staan: in een tijd waarin de waarde en impact van kunst steeds meer in bezoek- en verkoopcijfers wordt uitgedrukt, moeten we voorkomen dat de positie van culturele festivals overschaduwd wordt door behoefte aan beleving. Festivals dragen op waardevolle wijze bij aan de sector; het zou zonde zijn dit uit het oog te verliezen.

(Met dank aan Ilja Simons)