27-10-2017

Opinie: geef het Stedelijk terug aan belastingbetaler

Oud LinC’er Jelle Bouwhuis geeft zijn visie op de actualiteiten van het Stedelijk Museum Amsterdam. Bouwhuis is kunsthistorisch onderzoeker, en voorheen directeur Stedelijk Museum Bureau Amsterdam.

Terwijl de inkt van Beatrix Rufs opzegbrief nog nat is, weet menigeen de huidige deconfiture van het Stedelijk al te duiden: de complexe verhouding tussen privaat en publiek en de bijbehorende belangenverstrengeling met de kunsthandel. Maar wat valt daar aan te doen in een politieke context waar neoliberale mantra’s steevast de toon zetten? Als antwoord op die vraag duik ik eerst even terug in de tijd.

Moderne kunst goes public
Het is nog niet zo heel lang geleden dat hedendaagse kunst, het belangrijkste object van het recente ‘gesjoemel’ in het Stedelijk, zo’n prominente plaats kreeg in publieke musea. Dat kwam pas na de oorlog. Moderne en hedendaagse kunst werden, dankzij de hetzes van nazi’s en communisten ertegen, een duidelijke stem tegen fascisme en dictatuur. Onder het directoraat van verzetsheld Willem Sandberg groeiden ze uit tot een vehikel van de naoorlogse emancipatiegolf. Hedendaagse kunst werd een verbindende, klassen-overstijgende factor. De interesse ervoor groeide, het publiek werd breder, het Stedelijk profiteerde, vooral in de jaren ’60 en ‘70. Inmiddels telt de wereld duizend gelijksoortige musea, ook buiten het Westen. Alleen al dat feit maakt het libidineuze wensdenken over ‘internationale top’ in relatie tot het Stedelijk nogal discutabel, want er is te veel en te veel verschillend vergelijkingsmateriaal.

Klant of cliëntelisme?
Vaststaat dat in ons globale, neoliberale tijdperk de hedendaagse kunst een dimensie erbij heeft gekregen. Dankzij vage kwaliteitscriteria (anything goes) en ondoorzichtige prijzen is zij een dankbaar gereedschap geworden in de handen van financieel speculanten. Elk artistiek beleid dat zich daarvan afhankelijk maakt, is per definitie cliëntelisme. Dat valt nauwelijks op zolang het Stedelijk en zijn entourage zich blijft bedienen van de ronkende mantra ‘internationaal topniveau’, zonder enige vorm van specificatie. De meest dwingende suggestie die hiervan uitgaat, is dat er een directe lijn hoort te zijn tussen het Stedelijk en de kunstbeurs in Bazel. Sandberg had zo’n lijn helemaal niet nodig voor zijn successen.

En wat levert dat dienstbaar zijn aan het privékapitaal het museum nou helemaal op? Het bedrag aan private sponsoring steekt bijzonder pover af tegen wat de Amsterdamse belastingbetaler ophoest voor haar museum, al 120 jaar lang. Misschien zijn er wat meer private schenkingen van hedendaagse kunst gekomen. Dat klinkt profijtelijk. Maar het is zeer de vraag of de speculatieve waarde van deze hedendaagse schenkingen op korte termijn opweegt tegen de cultuurhistorische waarde op langere termijn. Nagenoeg 100% van deze werken is na een kortstondige tentoonstelling in de museumzalen voorbestemd tot een droef, onzichtbaar bestaan in de opslag. En de belastingbetaler draait tot in de eeuwigheid op voor het beheer en behoud van de depotvulling.

Exclusiviteit
Het is een feit dat kunstmusea vrijwel exclusief worden bezocht door hoogopgeleiden. Het is voor de stad natuurlijk voordelig dat er onder hen ook veel toeristen zitten (alhoewel die niet erg onder de indruk lijken van Rufs assets). Veel erger is het dat de meeste Amsterdammers, anders dan in de jaren ‘60 en ‘70, geen boodschap meer hebben aan hun museum. In de eerste plaats natuurlijk de Amsterdamse kunstenaars die er nauwelijks nog aan bod komen. Maar loop rond door de zalen en probeer eens een representant te ontwaren van de groep van 40% Amsterdammers met een Surinaamse, Turkse of Marokkaanse achtergrond. Zij zijn er niet, ze worden niet gerepresenteerd, hebben niets in te brengen, kortom het interesseert niemand iets, althans niet buiten het verplichte bezoek in scholierfase. Niettemin betalen zij de rekening: het geld waarmee het Stedelijk zijn hoogstaande clientèle bedient. Dit heeft niets te maken met het programmeren voor de ‘fijnbesnaarde liefhebber’ versus het maken van  ‘populistische blockbusters’: deze tegenstelling is ronduit karikaturaal. Alsof je noties van kwaliteit zomaar los kunt zien van de stedelijke bevolking die ervoor betaalt.

Polyfonie en botsingen
Alleen al de fantastische collecties fotografie en design van het Stedelijk hebben, zeker op locatie Museumplein, een enorm bezoekerspotentieel. Maar haal dan toch eindelijk weer de mensen erbij die ervoor betalen. Maak het weer levend voor grote en vooral uiteenlopende gemeenschappen. Geef het diversiteit, polyfonie, tegenstellingen en botsingen. Zoals Sandberg dat deed door van het Stedelijk een hedendaags en stedelijk museum te maken.