25-10-2017

Waarom musea moeten inspelen op de ouderen van de toekomst

Hoe kunnen musea inspelen op de toekomstige generatie ouderen? Oud LinC’er Ellen ter Hofstede bespreekt in dit artikel de mogelijkheden en de urgentie van meegaan met de tijd.

“Ik ben dan wel tachtig, maar ik voel mij in mijn geest nog dertig”. Een karakteristieke uitspraak van mijn moeder. Daarom namen wij haar tot op hoge leeftijd mee naar Zuid-Frankrijk, genoot zij van de indrukwekkende Pont du Gard, wiegde ze mee bij het openlucht muziekfestival in het voorjaarszonnetje en bezocht ze met ons de plaatselijke markten in de regio.

In groepsverband ging ze vroeger weleens naar een museum. Maar dat werd allengs minder: te veel lopen, te lang staan, te slecht horen, moeilijk te begrijpen teksten. Het werd steeds moeilijker om een cultureel uitje te plannen en uit te voeren. Pas toen ze in een rolstoel belandde en haar wereld zich verkleinde tot een wel heel kleine kamer in het verpleeghuis kwam ze met ons weer in een museum. We namen haar regelmatig mee voor een middagje naar het Museum voor de Twintigste Eeuw. Elke keer was dit weer nieuw voor haar en genoot ze van de spullen die ze nog herkende van haar jeugd. Nostalgie! Jammer dat we niet vaker met haar dat rondje museum konden doen vanwege haar fysieke gesteldheid en de verre afstand waarop wij als kinderen woonden. Natuurlijk vroegen wij ons ook regelmatig af: hoe zullen wij als wij oud en krakkemikkig zijn de kunst en cultuur beleven?

De grijze golf rolt zich uit
Mijn moeder was niet de enige oudere in dat museum. Nog steeds is het algemene traditionele museumbezoek ouder dan 55 jaar en dat zal in de toekomst nog wel zo blijven. Kinderen het huis uit, genoeg vrije tijd na een werkzaam leven, de hypotheek afgelost en geld om te reizen. De grijze golf die Nederland overspoelt, rolt zich de komende decennia verder uit over het culturele landschap. In 2040 is ruim 26% van de Nederlandse bevolking 65 jaar en ouder.

Het is duidelijk zichtbaar dat musea steeds meer inspelen op deze groter wordende doelgroep. Musea ontwikkelden de afgelopen jaren succesvolle initiatieven om vooral de oudere ouderen (65-79 jaar) meer te betrekken bij cultuur. Bijvoorbeeld de inzet van de Museum Plus Bus, waarmee ouderen die niet meer zelfstandig naar musea kunnen komen, worden opgehaald. Het programma Lang Leve Kunst dat cultuurparticipatie door en voor ouderen wil stimuleren en de Onvergetelijk-projecten, waarbij musea mensen met dementie en hun mantelzorgers een ontspannen en inspirerende middag in een museum bezorgen. Ouderen die maatschappelijk betrokken willen blijven worden ingezet als vrijwilliger, of als stagiair met ervaring, en programma’s op maat worden naar de verzorgings- en verpleeghuizen gebracht.

Musea maken hun gebouwen ook beter toegankelijk. Op grond van de wet Gelijke Behandeling en het Verdrag voor de Rechten van de Mens zijn we natuurlijk verplicht om te zorgen voor goede toegankelijkheid, zowel fysiek als inhoudelijk. Maar ook vinden we het steeds belangrijker om ouderen meer inhoudelijke verdieping te geven. We zijn goed bezig voor deze doelgroep, zou je zeggen.

Toch vraag ik mij af of deze inspanning voldoende is om de ouderen van de toekomst te bedienen. Zijn het, goed beschouwd, niet gewoon trucs om het museum nog meer te verankeren in de samenleving of om het merk museum te versterken? Of platter, om gewoon het bezoekersaantal op te schroeven? Tenslotte worden de meeste musea nog steeds afgerekend op hun kwantitatieve prestaties.

Museum on-demand
Het is voor de toekomst zinvol om, naast alle mooie programma’s en aanpassingen, te onderzoeken of de komende generaties nog dezelfde interesses en behoeften hebben als de ouderen van nu. Zouden zij het museumgebouw überhaupt nog binnen willen wandelen, voor zover dat nog kan? Terwijl de trend juist is om alle informatie vanuit je luie stoel te consumeren wanneer en hoe je maar wilt? Hiermee wordt het museum slechts een van de kanalen waarmee je erfgoed of kunst tot je kunt nemen. Wel zo makkelijk voor de ouder wordende generatie, die steeds meer op zichzelf is aangewezen. Een museum dat op afroep beschikbaar is, een zogeheten museum on-demand, is bij uitstek geschikt voor deze doelgroep.

Kijk eens naar de technologische trends. Internet heeft ons leven en de beleving van kennis en informatie de afgelopen 25 jaar enorm veranderd. Digitalisering neemt steeds meer de overhand binnen, maar ook buiten de musea. Schilderijen, beelden, verhalen komen de huiskamer in. Wat begon in de jaren ‘90 met het online zetten van een aantal topstukken via de museumsite, is uitgegroeid tot complete virtuele rondleidingen door een museum of tentoonstelling. Zoals die van MuseumTV of Google Art Projects, waarbij je op een Netflixachtige manier blockbusters vanuit je luie stoel kunt bekijken. Museum on-demand, mét als extra toegift de achtergrondverhalen en ‘bloopers’.

Het Rijksmuseum is een voorloper op het gebied van technische innovaties en marketing. Je verwonderen over schilderijen hoeft allang niet meer in het museum zelf. Het vorig jaar gelanceerde boek ‘Rijks, Masters of the Golden Age’ van Marcel Wanders geeft met hoogwaardige fotografie een unieke kijk op kunst. Gewoon op je koffietafel. De onlangs gepresenteerde Gigapixel Art Camera door Google Cultural Institute zorgt voor nog meer inzoomen op schilderijen. Details worden zichtbaar, dus straks kun je uren verdwalen in de verfstreken van Van Gogh of Rembrandt, zonder daarvoor je huis uit te hoeven komen.

To like or not to like
Er komt een generatie aan die gewend raakt aan dit soort technische innovaties. Die door het gebruik van social media al gewend is zijn mening te geven op alles wat ze ‘liket’ of ‘niet-liket’. We doen het onszelf aan, want we vragen er steeds om, letterlijk. “Wat vindt u van deze tentoonstelling, dit kunstwerk?”. “Stel uw eigen tentoonstelling samen”. Hiermee vergroten we niet alleen de zo gewenste interactie en moedigen we de participatie aan, maar kweken we ook een generatie die zich deskundige waant in vele disciplines, veeleisend is en zich in het extreme geval met alles wil bemoeien. Een generatie die bovendien hoger opgeleid is dan enige voor haar, die meer kennis heeft en die kennis on-demand kan ophalen. Welk bestaansrecht blijft er dan nog over voor musea? Wat heeft de fysieke plek nog te bieden in een ‘digital age’.

‘Old skool’
Zo’n vaart zal het vast nog niet lopen, zeggen veel museumdirecteuren. Het echte object blijft altijd een enorme aantrekkingskracht behouden. De beleving van een museumbezoek, de inspiratie die je opdoet en met name het sociale contact geeft een enorme meerwaarde en zingeving aan het leven. Dat is zeker zo, maar daarnaast is het ook ‘old skool’ om zo te blijven denken. De toekomstige generatie wordt steeds meer digitaal georiënteerd en musea ook. De belevingswereld van de bezoeker verandert en daar zijn de musea mede debet aan: zij scheppen immers ook deze behoefte.

Musea moeten zich realiseren welke invloed alle innovaties kunnen hebben op de toekomstige beleving van kunst en erfgoed: dat wat voor moois zij aanbieden, ook effecten heeft voor de vraag en behoeften van de bezoekers van straks. Omdat het veelal de grotere musea zijn die zich de nieuwste snufjes kunnen veroorloven en de kleinere musea vrijwel niet in staat zijn de technologische ontwikkelingen bij te benen, zal de kloof tussen deze musea in de toekomst groter worden. Met name de ervaren, oudere bezoeker zal meer en meer eisen stellen en door het verschil steeds meer kiezen voor een museum dat wel voldoet aan deze veranderende behoefte.

Toekomstbestendig
Kortom, ouderen willen straks het museum op een andere manier beleven dan nu. Het is voor elke culturele instelling, groot òf klein, noodzakelijk in te spelen op deze veranderende behoeftes. Alleen zo kan het museum de grote groep ouderen bedienen die de toekomst ons gaat bieden. Omdat innovaties op het gebied van techniek en beleving sneller gaan dan het vermogen om te plannen is het nodig om hiervoor het personeelsbestand met flexibele schillen in te richten.

Mijn moeder is inmiddels overleden en ik word ouder. Ik mag hopen dat als ik tachtig ben, ik de spirit van een dertigjarige heb en nog goed van lijf en leden ben. Maar vooral mag ik hopen, dat ik mee ga met de tijd en met mij de culturele instellingen. Zodat ik straks, als ik het wil én wanneer ik het wil, nog steeds kan genieten van kunst en erfgoed. Al is het maar vanuit mijn luie stoel.