08-01-2014

Maakt kunst slimmer?

Sinds het artikel over het ‘Mozart Effect’ van Rauscher uit 1993, is het stimuleren van cognitieve ontwikkelingen bij kinderen vaak als legitimering van kunsteducatie gebruikt. Toch is de causaliteit tussen muziek- en kunsteducatie en verbeterde cognitieve ontwikkeling van kinderen in bijvoorbeeld taal of wiskunde vaak betwist. Twee recente onderzoeken, respectievelijk van Greene e.a. (University of Arkansas) en Mehr e.a. (Harvard University), werpen een nieuw licht op deze discussie.

Het eerste onderzoek, van professor in onderwijshervorming Jay P. Greene, vond plaats in het Crystal Bridges Museum of American Art in Bentonville, Arkansas. Door te werken met experimentgroepen die Crystal Bridges wél bezochten en vergelijkbare controlegroepen die dat niet deden, konden de onderzoekers het effect van een schoolbezoek aan het museum meten. Drie weken na het bezoek vulden 10.912 leerlingen vragenlijsten in, waarin verschillende vaardigheden getest werden. Daarnaast vroeg Greene aan de kinderen om een opstel te schrijven over een voor hen onbekend schilderij, om zo hun kritisch denkvermogen te testen en kregen ze bonnen voor een herhaalbezoek.

Nadat de resultaten gecorrigeerd waren voor meerdere factoren (leeftijd, geslacht, etc.), keken de onderzoekers naar de verschillen tussen beide groepen. Ze vonden dat het museumbezoek de leerlingen niet alleen meer kennis over kunst gaf, maar ook meer kritisch denkvermogen, historisch begrip, tolerantie en interesse in kunst en cultuur. Het fysieke bezoek aan een instelling was hierbij cruciaal volgens Greene: “The act of going gets people into a mindset to receive the experience.” Met name bij achtergestelde jeugd afkomstig uit landelijke of arme gebieden waren de verschillen significant.

Of het kritisch denkvermogen ook bij niet-kunstgerelateerde onderwerpen zoals wiskunde verbeterd wordt, is niet onderzocht door Greene. Het onderzoeksteam licht toe dat het bediscussiëerd moet worden of dat überhaupt nodig en wenselijk is. Immers, kritisch naar kunst kunnen kijken is op zichzelf al een vaardigheid, volgens de onderzoekers uit Arkansas.

De tweede recent gepubliceerde studie van Mehr (Harvard University) haakt wel in op deze vraag. Mehr onderzocht of in dit geval muziekeducatie betere cognitieve vaardigheden bij kinderen als resultaat heeft. Zij vonden dat kleuters die muziekles kregen niet beter scoorden in cognitieve testen dan medeleerlingen die les kregen in beeldende kunst, of die in geen van beide les kregen. Als reactie op de resultaten zegt Mehr, evenals Greene, dat muziekeducatie niet gebaseerd moet zijn op de aanname dat het de cognitieve ontwikkeling van kinderen stimuleert, maar op de intrinsieke waarde van bijvoorbeeld Bach of Duke Ellington zelf. Oftewel, kunst begrijpen is op zichzelf waardevol en hoeft niet instrumenteel gebruikt te worden voor het ontwikkelen van andere vaardigheden.

In een context waar het onderwijs op zoek is naar betere manieren om leerlingen klaar te stomen voor de 21e eeuw, wijzen de onderzoeken van Greene en Mehr uit dat kunst in staat is om bepaalde vaardigheden bij kinderen te ontwikkelen. Alhoewel de twee onderzoeken over museumbezoek en muziekeducatie cruciaal verschillen, zijn ze verwant omdat ze deel uitmaken van dezelfde discussie. Is het doel van kunsteducatie om kinderen de intrinsieke waarde van kunst te leren kennen en te laten ervaren, of om hun meer algemene cognitieve vaardigheden te ontwikkelen?

Op 20 maart is er een conferentie over het thema cultuuronderwijs in Groningen. Deze bijeenkomst vindt plaats naar aanleiding van een meerjarig onderzoek genaamd Cultuur in de Spiegel.

Lees hier meer over het onderzoek van Greene e.a. in het tijdschrift Education Next, en hier over Mehr e.a. in het tijdschrift Plos One.