05-03-2015

Marga Kroodsma: ‘Ik geloof’

Als afsluiting van LinC schreven de deelnemers van de eerste lichting een tekst over Leiderschap in Cultuur. Deze teksten verschijnen de komende tijd online. Vandaag de bijdrage van Marga Kroodsma, directeur Jonge Harten en cultureel ondernemer.

Enkele jaren geleden stond ik in een café te praten met een man van middelbare leeftijd. Nadat ik gepassioneerd over mijn werk had verteld, vroeg ik hem naar zijn passie. De man begon spontaan te huilen, hij was zijn passie kwijt.

‘Sorry’, zei ik.

Sorry dat ik zo’n type ben. Zo’n type die niet uitgepraat raakt over haar passie. Over theater en het festival waarvoor ik werk. Hoe blij ik word als ik talent kan koppelen, een podium kan bieden en nieuwe samenwerkingen tot stand kan brengen. Hoeveel energie ik krijg als ik jonge mensen enthousiast zie worden over datgene dat mij ook raakt.

En sorry dat ik me voor deze passie excuseer. Het verontschuldigen is een beetje blijven hangen na al die bezuinigingen en de negatieve framing van de culturele sector. Het is precies dát wat na de bezuinigingen in 2011 even grip op mij leek te krijgen: Ik wilde de sector legitimeren. Ik wilde dé mensen of dé politiek ervan overtuigen hoe belangrijk kunst is. Ik ging mee met de trend om kunst als economisch product te willen zien. Om kunst – of in mijn geval het festival – in cijfers te vertalen of te toetsen op omgevingsklimaat. De valkuil is om hierin door te slaan en de focus op je eigenlijke product of missie te verliezen. En dat terwijl juist die missie en ons product de drijvende kracht is.

De theaterfestivals staan door de bezuinigingen momenteel allemaal op de overlevingsstand. Op de productiehuizen na, is op de festivals het meest bezuinigd. Ik geloof niet dat we onze excuses moeten aanbieden omdat het ‘wel mee valt na de bezuinigingen’. De onzichtbare kant is dat we zo gepassioneerd ons werk doen, dat we met man en macht proberen overeind te blijven en daarvoor alles opzij zetten.

Festivals kennen een flexibele organisatiestructuur. Ze zijn ondernemend en in staat om in te spelen op het moment. Zo hebben we ons enigszins opnieuw kunnen voegen na de bezuinigingen. Maar de rek is er uit. Willen we de kwaliteit, continuïteit en inhoud kunnen bewaken dan moet er iets veranderen. De vraag is: Hoe houden we het vol om met te weinig betaalde uren de boel overeind te houden? Hoe kunnen we het niveau als artistiek prikkelend en vernieuwend theaterland blijven evenaren?

Het antwoord is: door te laten zien waar we goed in zijn en vooral, daarin gezíen te worden.

Want we doen het goed als festivals. We ontdekken, presenteren en co-produceren nieuw talent. We werken interdisciplinair en sectoroverstijgend. We trekken ieder jaar nieuw publiek en samenwerken zit in ons DNA. We programmeren met lef en daarnaast hebben we hebben iets waar het bedrijfsleven jaloers op kan zijn: Bij de meeste theaterfestivals in Nederland zit een vrouw aan de top.

In 2013 startte ik de opleiding Leiderschap in Cultuur. Het legitimatievraagstuk van de culturele sector heeft hierin lang een rol gespeeld. In de zoektocht naar wat leiderschap is, is één zin voor mij centraal gaan staan: Leiderschap is een stip op de horizon zetten.

Leiderschap gaat wat mij betreft vooral over het hebben van een verhaal en mensen meenemen in dat verhaal. En het gaat over geloof bieden in andermans verhaal om zo sámen een verhaal mogelijk te maken. De grootste uitdaging in de culturele sector is dat je mensen moet meenemen in een verhaal dat van tevoren niet helemaal te duiden en te toetsen valt.

Bewegingen zijn altijd ontstaan door personen die ergens in geloven. Laten we als culturele sector vooral doen waar we goed in zijn: kunst maken en tonen die bevraagt, prikkelt, raakt of waar je gewoonweg blij van wordt. We moeten daarbij zorgen voor dialoog tussen makers en publiek. Stimuleren dat ook in kleine steden uitdagende voorstellingen en jonge makers worden geprogrammeerd. En we moeten blijven produceren, ook in de directe omgeving. Het geeft energie en brengt nieuwe ideeën.

Laten we in dialoog gaan over de kunst zelf in plaats van ‘sorry’ te zeggen of kunst proberen te vertalen naar cijfers. En laten we hierover in gesprek gaan met mannen van middelbare leeftijd op café, zodat ook zij – als ze geraakt willen worden of geïnspireerd – de kunst opzoeken.

Amen.