29-03-2016

Kunst op de werkvloer: de nar in huis

‘Schrijf een artikel waarin je ingaat op Leiderschap in Cultuur’. Met die opdracht ging de tweede lichting van leerprogramma Leiderschap in Cultuur aan de slag. Lees nu de bijdrage van Esther Vossen:

Aan de middeleeuwse hoven was het gebruikelijk dat een vorst een grappenmaker in dienst had, de nar. Iemand wiens sociale positie maakte dat hij of zij ongegeneerd de boel ridiculiseerde. De prikkelende observaties van deze joker maakten de tongen los en stemden tot nadenken.

De nar verdween aan het begin van de achttiende eeuw. In onze tijd is zijn rol deels overgenomen door cabaretiers, kunstenaars en columnisten. In de publieke ruimte zien we hem terug in het theater, in kunstmanifestaties of we lezen zijn columns in de media. Het is de ­soms humoristische­ criticaster die de tijdgeest haarscherp aanvoelt en de actualiteit becommentarieert. Hoe mooi zou het zijn als de rol van de kritische observant niet alleen in de publieke sfeer maar ook in bedrijven vertegenwoordigd zou zijn? Dit pleidooi gaat over de terugkeer van de nar. Niet aan de hoven of in de theaters maar op een alledaagse plek in de samenleving: op de werkvloer.

Kunstenaars kunnen de criticaster zijn die op originele wijze de vinger op de zere plek legt.

Door de snel veranderende economie moeten bedrijven innoveren. Veranderingsprocessen zijn vaak omvangrijk en complex. Consultancybureaus worden erbij betrokken en externe adviseurs geven hun visie, waarna de aanbevelingen al dan niet worden overgenomen. Bij deze veranderingsprocessen kunnen kunstenaars een rol spelen en in hun ‘narrenrol’ de criticaster zijn die op originele wijze de vinger op de zere plek legt, nieuwe ideeën aandraagt en personeel en management stimuleert om ‘out of the box’ te denken.

Meer en meer bedrijven benutten dit potentieel van de creatieve sector. Zo kent KPMG het programma ‘Artistic Fire’, waarin kunstenaars de aanjager voor veranderingen zijn. Toneelschrijver en regisseur Andreas Vonder en schrijver en performer Grainne Delaney ontwierpen een cursus storytelling waarin medewerkers van KPMG leerden hun externe presentaties minder afstandelijk te maken. Onder leiding van Vonder en Delaney werd het personeel getraind in het vertellen van persoonlijke verhalen om zo vertrouwd te raken met een meer authentieke manier van presenteren en oorspronkelijk contact.

 

Immateriële waarde

Vanuit de kunsten is er al langer belangstelling om met organisaties in de private en semi-publieke sfeer te werken. Zo ontstond in 1965 in Londen de organisatie Artist Placement Group (APG), een inmiddels legendarische kunstorganisatie die binnen bedrijven stages en residencies voor kunstenaars faciliteerde. APG timmerde flink aan de weg om de private en semi-publieke sectoren te overtuigen van de immateriële waarde die kunstprojecten genereren en de inzichten die kunstenaars kunnen bieden. In die tijd kwam in Engeland ook de community art op. Community art­-kunstenaars maken kunst voor en met mensen die niet primair in kunst geïnteresseerd zijn. Zij richten zich op sociaal-maatschappelijke onderwerpen en werken vaak met kwetsbare doelgroepen, bijvoorbeeld ouderen of mensen met een beperking. In Nederland werd community art populair in de tweede helft van de jaren negentig en sindsdien is deze kunstvorm niet meer weg te denken.

Recent is er vanuit het Ministerie van OCW een nieuwe impuls gegeven aan de crossover tussen kunst en maatschappij. Via het programma The Art of Impact is voor 2015­-2016 zeven miljoen euro beschikbaar gesteld met als doel de verbinding tussen kunst en andere maatschappelijke velden te versterken. Er wordt ingezien dat de interactie tussen kunst, bedrijven en maatschappelijke organisaties onorthodoxe kansen biedt voor verschillende sectoren. Minister Bussemaker zegt hierover op de website van The Art of Impact: “Kunst, cultuur én samenleving hebben elkaar nodig. Niet alleen omdat het ons inspiratie biedt en bijdraagt aan onze identiteit. Ook omdat kunstenaars hun werk vaak concreet inzetten om de wereld beter, mooier, schoner en leefbaarder te maken.” Kortom: aan de kunstenaars zal het niet liggen, zij hebben de capaciteit en de expertise om hun werk ook buiten het kunstenveld in te zetten.

Kunst, cultuur én samenleving hebben elkaar nodig.

 

No core business

Maar wat levert het nu concreet op om een ‘andersdenker’ in huis te halen? Kan kunst echt zinvol zijn voor bedrijven? Kunst is immers no core business en ook het ondersteunen van kunst ligt meestal niet in het verlengde van de doelstellingen van een bedrijf. Daarnaast is er op organisatorisch vlak een groot verschil in waarden, normen en werkconventies tussen bedrijfsleven en de praktijk van kunstenaars. Bedrijven stellen targets die gehaald moeten worden. Regelgeving, structuur en voortgangsreportages bespoedigen de effectiviteit. Voor kunstenaars zijn heel andere waarden relevant. Voor hen vormen openheid, onderzoek en experiment de basis voor ontwikkeling van nieuw werk. Kortom, waarden en methoden verschillen en botsen. Er is ogenschijnlijk geen gedeeld belang.

Toch is het juist deze frictie die de aanzet tot vernieuwing kan leveren. Het eenvoudige gegeven dat kunstenaars met een andere toolbox werken, het vakjargon niet gebruiken en ingesleten routines en gewoontes in een organisatie doorgronden, biedt potentie. Kunstenaars kijken als buitenstaander naar een organisatie. Ze zijn gewend om hun werk en de relevantie hiervan voortdurend ter discussie te stellen, gaan nooit uit van de status quo maar zoeken het experiment. Dit essentiële onderdeel van de kunstenaarspraktijk maakt dat zij als geen ander zijn getraind om te bevragen en experimentele processen te managen. Als zij dit ook doen in een organisatie, komen knelpunten of irrelevant geworden gewoontes aan het licht.

Kunstenaars wakkeren de creativiteit aan en prikkelen nieuwsgierigheid; eigenschappen die de basis vormen voor verandering en innovatie.

Daarnaast stimuleren kunstenaars de vindingrijkheid. Door onverwachte interventies wakkeren zij de creativiteit aan en prikkelen nieuwsgierigheid; eigenschappen die de basis vormen voor verandering en innovatie. Vernieuwingsgerichte organisaties erkennen het creatief potentieel van personeel. Bij Google krijgen werknemers structureel tijd om te experimenteren en hun bevindingen met andere werknemers te delen. Ook bevorderen kunstenaars het engagement en zijn hun projecten een katalysator voor interactie. Door het samen deelnemen aan een kunstproject beklijven ervaringen, waardoor een kwestie niet alleen rationeel maar ook op emotioneel niveau begrepen wordt.

Kunstje

Essentieel in de samenwerking met kunstenaars is dat zij niet ingekapseld worden in de doelstellingen en werkmethoden van het bedrijf. Reflectie en creativiteit zijn gebaat bij een zekere afstand en autonomie. Als die ruimte er niet is, verliest kunst zijn zelfstandige waarde en wordt het een ‘kunstje’. De nar kan zijn rol alleen goed waarmaken als hij kan werken vanuit de condities die nodig zijn voor zijn werk. Als dit vertrouwen gesteld wordt in de capaciteit van kunstenaars en zij ruimte krijgen om dit uit te dragen, zijn zij een bijzondere toegevoegde waarde. Het vergt moed om het onverwachte en het vreemde te koesteren. Maar iemand die bevraagt, uitdaagt en vindingrijkheid stimuleert, is een motor voor verandering. Haal een nar in huis!