21-03-2016

Maerten en Oopjen: van droomhuwelijk naar vechtscheiding

‘Schrijf een artikel waarin je ingaat op Leiderschap in Cultuur’. Met die opdracht ging de tweede lichting van leerprogramma Leiderschap in Cultuur aan de slag. Lees nu de bijdrage van Georges Elissen:

Het heeft lang geduurd, maar eindelijk hebben we als kunst­ en cultuursector laten zien dat we met kunst met een hoofdletter K laagdrempelig ‘het grote publiek’ kunnen bereiken en kunnen raken. Iedereen in Nederland had in de nazomer van 2015 een mening over het droomhuwelijk dat eindigde in een ordinaire vechtscheiding: dat van Maerten Soolmans en Oopjen Coppit. Het AD en de Telegraaf pakten dagelijks uit alsof het de scheiding van Rafael en Sylvie betrof. Maurice De Hond peilde hoe ‘Nederland’ erover dacht. Het scheelde maar een haartje of Privé of RTL Boulevard zouden er aandacht aan besteed hebben, maar daar was het helaas net niet smeuïg genoeg voor. Ik vermoed door een gebrek aan bewezen overspel. De gang van zaken rond het echtpaar legt naar mijn idee enkele belangrijke pijnpunten van de cultuursector bloot. Voordat we hier dieper op ingaan, eerst maar eens een reconstructie.

De gang van zaken rond het echtpaar legde enkele belangrijke pijnpunten van de cultuursector bloot.

Reconstructie

De rijke Franse bankier en baron Éric De Rothschild geeft aan twee schilderijen van Rembrandt te willen verkopen. Het betreft de huwelijksportretten van Maerten en Oopjen, geschilderd door Rembrandt in 1634. Vraagprijs: 160 miljoen euro. De Rothschild, die een bestuursfunctie bekleedt gelieerd aan het Louvre, probeert ze eerst daar te verkopen. Maar Frankrijk geeft aan geen geld ervoor te hebben en geeft een exportvergunning af voor verkoop buiten Frankrijk. Na publieke druk wil Frankrijk ze alsnog kopen, maar dan als joint venture met Nederland. Beide schilderijen blijven zo in ieder geval behouden voor Europa.

Ondertussen wil De Rothschild echter dat beide werken naar het Rijksmuseum gaan. Wim Pijbes van het Rijksmuseum trekt de stoute VOC­-schoenen aan. Hij wil beide werken verwerven door 80 miljoen euro via particuliere geldschieters te werven. De overige 80 miljoen euro weet hij los te krijgen van het kabinet. Hiervoor weet hij alle fractieleiders in het tijdsbestek van één uur te overtuigen van de noodzaak van de aankoop. Zelfs de PVV geeft aan er niet voor te gaan liggen; blijkbaar is kunst deze keer geen linkse hobby? Ondertussen voelt Frankrijk zich bedonderd; deze deal was toch een joint venture? Uit de Franse hoge hoed komt ook 80 miljoen euro tevoorschijn en er is sprake van het mogelijk intrekken van de exportvergunning. Uiteindelijk besluiten Nederland en Frankrijk de schilderijen gezamenlijk aan te kopen en te laten rouleren tussen het Rijksmuseum en het Louvre. Hiermee is in ieder geval de ‘scheiding’ afgewend.

De bovenstaande situatie betreft een uitzonderlijke en complexe gebeurtenis. Eén die mijns inziens enkele belangrijke ontwikkelpunten bevat voor ons toekomstige kunst-­ en cultuurbeleid. Dus beleidsmakers, instellingen en fondsen, lees de volgende aanbevelingen en doe er iets mee. Dan was het weliswaar een ‘dure’, maar wel een leerzame les.

 

Maarten en Oopjen

 

1. Kunst en cultuur kosten geld. Punt

Voor de aankoop van de Rembrandt(s) trekt de staat zomaar 80 miljoen euro uit. Een enorm bedrag, waar normaal enkel voetballers voor gekocht worden. Het meest verbazingwekkende is dat ik nergens iets heb gelezen over het ‘terugverdienmodel’. Vooralsnog lijkt het Rijksmuseum ermee weg te komen om zelf niets bij te dragen. Of wordt het museum de komende jaren gekort op de subsidie omdat de verwachte extra bezoekers veel geld in het laatje brengen? Ik heb er niks over gehoord. Hiermee lijken politici en beleidsmakers te erkennen dat kunst en cultuur geld kost en niet zozeer geld hoeft op te leveren.

Cultureel ondernemerschap, terugverdienmogelijkheden en werving van particuliere giften zijn slechts voor een handvol grote, internationaal bekende instellingen daadwerkelijk haalbaar. Het overgrote gedeelte van kunst­ en cultuurinstellingen heeft hier nu eenmaal nauwelijks mogelijkheden voor. Dit zou ook niet van ze gevraagd moeten worden, aangezien het ten koste gaat van de core business. Beleidsmakers, politici: beloon cultureel ondernemerschap, maar bestraf het ontbreken ervan niet. Stop met bezuinigen en steek juist geld in de instellingen. Maatschappelijk rendement van kunst en cultuur is niet in geld uit te drukken!

 

2. Open die depots

Meerdere keren heeft minister Bussemaker aangegeven dat de Rembrandts na aankoop langs musea in iedere provincie zouden moeten reizen, vanuit het idee dat met publiek geld gekochte kunst ook zo breed mogelijk toegankelijk moeten zijn. Dit verplichte rondreizen zou bij veel meer werken moeten gebeuren. Er liggen nu zoveel mooie kunstwerken in depots, vooral in de Randstad, die onzichtbaar zijn voor de rest van Nederland. Eeuwig zonde.

Hiernaast zullen beide werken, zodra ze in het Rijksmuseum hangen, grotendeels onzichtbaar worden. Het zicht op de doeken zal ernstig belemmerd worden door de extra bezoekers die verwacht worden, vergelijkbaar met hetgeen bij De Nachtwacht is gebeurd. Door de depots te openen en belangrijke werken te laten reizen, kan het bereik van deze werken enorm toenemen. We leven immers in een deeleconomie, waarbij delen het nieuwe hebben is.

 

3. Werk aan breed publieksbereik

Of de ‘hobby’ nou van links of rechts kwam, maakte zelfs de PVV in deze casus niks uit. Het geld voor de schilderijen kwam er. Ook zagen we een brede interesse van bijna alle Nederlanders voor de ‘schilderijen soap’. Iedereen had er wel een mening over. En dat is nou juist wat we nodig hebben. Kunst en cultuur zetten aan tot maatschappelijk debat. Het onderscheid tussen kunst met een K of een k is onbeduidend gebleken.

Ook mooi: zelden heb ik in het AD en de Telegraaf zoveel artikelen over de casus gelezen. Doorgaans lijken alleen NRC en de Volkskrant te schrijven over kunst. Instellingen kunnen hier lering uit trekken: zoek breder publiek op en ga daadwerkelijk eens laagdrempelig programmeren. Aan politici zou ik willen meegeven: kunst is niet voor de linkse grachtengordel maar voor ons allemaal. Stimuleer dat nog meer en spreek instellingen erop aan. Want wat zou er nou mooier zijn als straks niet alleen Floris-­Jan en Mathilde, maar ook Henk en Ingrid,  Achmed en Fatima oog in oog staan met Maerten en Oopjen? Wat zo’n vechtscheiding toch voor goeds kan opleveren!

De auteur van dit stuk is niet gescheiden maar ook niet getrouwd. Hij heeft ook geen hekel aan het Rijksmuseum. Wel heeft hij een mening over kunst en cultuur.