“LinC heeft mijn vertrouwen in mijn kwaliteiten vergroot. Ook bood het de mogelijkheid de gedachten die ik had over de sector en over mijn positie daarin te delen met professionals met een heel ander profiel.”

Ruben Israël - Deelnemer LinC 1

 

Leerspoor 2: Interventure

Dit leerspoor is het fundament van het programma; we staan er daarom wat uitgebreider bij stil. In de interventure vragen we deelnemers daadwerkelijk hun leiderschap, ondernemerschap en onderzoekend vermogen in te zetten en daarin nieuwe aspecten van leiderschap uit te proberen. Centrale thema’s voor het interventurespoor zijn: innoveren, verbinden en samenwerken.

Wat is een interventure?

In een team een prangend vraagstuk aanpakken en een nieuw idee of werkwijze uitproberen, wat leidt tot een concreet door publiek of maatschappij ervaren en gewaardeerd resultaat. Interventure is een samenvoeging van de begrippen innovatie, interventie en avontuur. LinC-deelnemers vormen teams van vier tot zes personen en gaan de uitdaging aan om een antwoord, oplossingsrichting of idee te ontwikkelen met betrekking tot een actueel cultureel en/of organisatievraagstuk. Belangrijk onderdeel is het doen van een interventie in een specifieke context om ideeën of oplossingsrichtingen in de praktijk te testen.

Interventures draaien dus niet alleen om onderzoek en analyse, maar ook om handelen en uitproberen in de praktijk. Het moet dus haalbaar zijn om een complex vraagstuk in de loop van een halfjaar een nieuwe wending te geven.

De programmaleiding haalt potentiële vraagstukken op bij de deelnemende organisaties en bij haar ambassadeurs. Hier worden vier vraagstukken uit gekozen. Twee uit Vlaanderen en twee uit Nederland. De criteria voor een geschikt vraagstuk zijn:

  1. Er is een probleem- of vraagstuk-eigenaar. Iemand die het vraagstuk urgent vindt en bereid is om de deelnemers een context te bieden waarin het vraagstuk getest kan worden.
  2. Het is een complex vraagstuk. De inzichten en oplossingsrichtingen die het werken aan het vraagstuk opleveren, zijn niet alleen voor een specifieke organisatie van belang, maar leveren ook kennis op die voor anderen interessant is.

Waarom interventures?

Door het werken aan een interventure verbind je theorie, onderzoek, ontwerp en praktijk. Deelnemers verkennen nieuwe praktijken of ontwikkelen cross-sectorale verbanden. Interventures bieden de LinC-deelnemers de kans buiten hun bestaande praktijk met nieuwe leiderschapsrollen en met ontwerpvaardigheden te experimenteren. Inzichten en modellen uit de labs kunnen worden uitgeprobeerd.

Fasering

De structuur van de interventure bestaat uit vijf fasen die elkaar niet lineair opvolgen maar op verschillende momenten in het proces aan bod kunnen komen (iteratief). Je kunt dus steeds terug naar een vorige fase. De fasen zijn ontleend aan elementen van actieonderzoek, design thinking en het model voor een creatief proces volgens Wallas (preparation, incubation, illumination en verification):

  1. Vraagstuk/thema verkennen, rijk beschrijven en onderzoeken (door middel van het maken van een rich picture);
  2. Vraagstuk/thema herformuleren of reframen (de vraag achter de vraag onderzoeken en opnieuw formuleren);
  3. Ontwerpfase: een of meer prototypes (van oplossingsrichtingen) ontwerpen en/of experimenteren met mogelijke interventie(s);
  4. Bevindingen van de interventie(s)/prototypes toetsen in de praktijk, keuze maken voor uitwerken van een bepaalde oplossingsrichting;
  5. Presentatie van inzichten en interventie(s) uitzetten naar het veld.

Wat is de opbrengst?

Een interventure levert concrete ideeën, concepten en prototypes voor nieuwe oplossingen en mogelijkheden op die (onderdelen van) de culturele sector opnieuw of anders op de kaart zetten bij publiek en/of andere sectoren en in de samenleving. De vorm kan uiteenlopen van een experiment met maatschappelijke of culturele impact tot bijvoorbeeld een nieuw initiatief of een onderneming.

Het interventurespoor praktisch

Het interventurespoor begint in het derde lab (17/18 december). Elk interventureteam krijgt een vaste coach. Deze coach kan ook suggesties doen voor een gesprek met een derde persoon die deskundig is op het betreffende vraagstuk of thema (een van de docenten of een ambassadeur). De coach ondersteunt met name het leerproces en geeft hiervoor gevraagd en ongevraagd advies, reflecteert op het werkproces en op het leiderschapsgedrag van het team. De coach hoeft niet bij elk teamoverleg aanwezig te zijn, zowel het team als de coach kunnen aangeven op welke momenten het belangrijk is om samen te komen.

Het werken aan een interventure kost gemiddeld een dagdeel per week voor onderzoek, werkbezoek, overleg, ontwerpen van prototypes of schrijfwerk. We gaan uit van een gemiddelde inzet van 20 dagdelen per persoon gedurende de periode december 2018 tot september 2019.